
Tyrrheense Zee
Meer geitenpad dan jachthaven.
Dit is Sardinië
Sardinië heeft een ruig binnenland dat weinig opheeft met de glamour van zijn eigen kustlijn.
Wie aan Sardinië denkt, ziet meestal dezelfde beelden: turkooizen baaien, witte jachten voor de kust van Porto Cervo, terrasjes met uitzicht op de Costa Smeralda. Dat beeld klopt, ergens langs een klein stuk noordoostkust. Maar het grootste deel van Sardinië ligt daar niet. Het ligt landinwaarts, in de Barbagia, waar granieten bergen overgaan in eikenbossen en dorpen als Orgosolo en Mamoiada hun eigen tempo hebben gehouden.
Daar beginnen wij liever. Een route door Sardinië die de kust niet overslaat, maar die haar ook niet als enige reden ziet om te komen, met tijd voor het binnenland, voor herders die nog steeds met hun kudde verhuizen, voor een keuken die verder gaat dan vis en witte wijn.
De regio's
Vijf stukken Sardinië die weinig met elkaar gemeen hebben, behalve dat geen ervan op de ansichtkaarten staat die je al kent.

Het historische hart van het eiland: granieten bergen, eikenbossen en dorpen die nooit echt veroverd zijn: niet door de Romeinen, niet door het toerisme. Orgosolo staat vol muurschilderingen met een politieke geschiedenis, Mamoiada bewaart de Mamuthones-maskers voor het carnaval.

Een kustlijn die alleen vanaf zee of te voet bereikbaar is: kalkstenen kliffen, verborgen baaien als Cala Goloritzé, en canyons als de Gola su Gorropu, een van de diepste kloven van Europa. Geen weg loopt hier langs de kust.

Vlak, winderig, met flamingo's in de lagunes en het Romeinse Tharros aan zee. Het zand van Is Arutas bestaat uit kleine kwartskorrels in plaats van gewone zandkorrels, een strand zonder handdoekenrij.

Een mijnbouwverleden dat je nog overal ziet: verlaten schachten bij Porto Flavia en de Grotte di Nebida, hoog boven een zee die dieper blauw is dan verderop op het eiland. Minder bekend, en daardoor stiller.

Dezelfde streek als de jachthavens, maar dan tien kilometer landinwaarts: kurkeikenbossen, granieten rotsformaties bij Aggius, en wijngaarden waar Vermentino groeit zonder dat er een strandtent in de buurt staat.

Het binnenland leeft
Ogliastra, de streek rond het Supramonte-gebergte, is een van de weinige Blue Zones ter wereld, gebieden met een opvallend hoog aantal honderdjarigen. Onderzoekers wijzen op een combinatie van factoren: een landschap dat dagelijkse beweging afdwingt, een dieet van pecorino, gerstebrood en Cannonau-wijn, en een sociale structuur waarin ouderen deel blijven uitmaken van het dorpsleven.
Die manier van leven is geen openluchtmuseum. In Mamoiada dragen mannen tijdens het carnaval nog steeds de zwarte houten Mamuthones-maskers, een traditie ouder dan de kerk die er middenin staat. In Oristano galoppeert de Sartiglia elk jaar door de straten. Wij plannen daar liever omheen dan eromheen. Een bezoek op de juiste dag is iets anders dan een voorstelling die voor toeristen wordt herhaald.
Sardinië toont zich niet.
Je moet er naar binnen lopen.
Natuur en wildernis

Een van de laatste grote kolonies van Europa broedt op de kliffen tussen Bosa en Alghero. Vanaf een boot zie je ze cirkelen boven de zee, iets wat elders op het continent nauwelijks nog voorkomt.

Op het basaltplateau van Giara di Gesturi loopt een van de laatste vrij levende paardenpopulaties van Europa, klein van stuk, ongetemd, al eeuwenlang. In de regenperiode vullen tijdelijke poelen, de 'pauli', het plateau.

Tussen loodrechte kalksteenwanden van meer dan 400 meter hoog slingert een van de diepste kloven van Europa. Je daalt af te voet, langs een pad waar tot voor kort alleen herders en klimmers kwamen.

Su Nuraxi, Barumini: de grootste nuraghe van het eiland, meer dan 3.000 jaar oud en nog altijd half onontgonnen.
Wat je hier kunt doen
Dit zijn geen uitstappen die je aftikt. Het zijn ingangen tot een eiland dat zich niet in één ritme laat vangen.

De kustlijn van het Golfo di Orosei is vanaf het water een ander verhaal: baaien als Cala Luna en Cala Mariolu, alleen bereikbaar over zee of via een lange tocht te voet.

Paden die eeuwenlang door herders zijn uitgesleten, nu ook begaanbaar voor wie geen herder is, van korte routes tot het meerdaagse Selvaggio Blu, een van de zwaarste trektochten van Europa.

Bij een familie die haar eigen schapen melkt en haar eigen Cannonau perst, eet je anders dan in een restaurant. Vaak is er geen menu. Er is wat er die dag is.

Meer dan 7.000 van deze prehistorische torens liggen verspreid over het eiland, van goed onderhouden sites als Su Nuraxi tot ruïnes waar je in je eentje loopt, zonder hek of ticketbalie.

Rond Capo Caccia en het Golfo di Orosei is het water helder genoeg om zonder duikschool te snorkelen, en stil genoeg om geen tweede boot in beeld te hebben.
Wat we uiteindelijk voorstellen, hangt af van wat je zoekt, niet van een vaste lijst.
Verder kijken dan de highlights
Het seizoen is langer dan de zomer Wie alleen aan juli en augustus denkt, mist het beste wandelweer en de rustigste kust. Wij plannen liever in mei of oktober.
De keuken stopt niet bij vis Het binnenland eet vlees, wild zwijn, pecorino en gerstebrood, een keuken die met de kust weinig te maken heeft, en minstens zo de moeite waard is.
Rust is geen toeval Buiten de Costa Smeralda in juli is Sardinië een van de stillere eilanden van het Middellandse Zeegebied. Dat plannen we mee, niet als bijkomstigheid.
Onze lokale expert kent de herders Niet de resortmanagers. De mensen die weten welk pad vandaag begaanbaar is en welke agriturismo vanavond kookt.
Wanneer reis je?
De kust is van juni tot september op zijn drukst en warmst, mooi water, maar ook een volle Costa Smeralda. Voor het binnenland is dat net de minder aangename periode: te heet om lang te wandelen.
Mei, juni, september en oktober geven het beste van twee werelden: warm genoeg voor de zee, koel genoeg voor het Supramonte. De winter is stil en groen, maar veel agriturismo's en kleinere routes liggen dan even stil.
Goed om te weten
Een paar dingen die het plannen makkelijker maken.
Of misschien juist dit
Nog aan het wikken? Dat hoeft geen probleem te zijn. Vaak wordt in het gesprek pas duidelijk welk land het wordt.

Een land dat zichzelf niet verkoopt aan bezoekers, met een gastvrijheid die ongefilterd is en een nachtleven dat zijn reputatie waarmaakt.

Bergen, burchten en houten dorpen die schuilgaan in de schaduw van Tsjechië.

Alpen, karstgrotten en een reepje kust liggen er op een paar uur van elkaar, in een land dat niets overdrijft.

De volgende stap
Vertel ons of het je om de bergen gaat, de keuken, de rust of alle drie tegelijk. Wij stippelen een route uit die niet in elke reisgids staat.